Wanneer men in 1943 in het Drentse Schoonebeek een groot aanlandig olieveld ontdekt begint hier het winnen van olie. Stoom wordt de bodem in gepompt, om de olie zo te verdunnen en haar makkelijker de grond uit te krijgen. 8 november 1976 gaat dit fout. Een ‘afsluiter’, die normaliter de buitenwereld tegen de stoom-stroom beschermt, gaat kapot en de stoom schiet maar al te graag de lucht in. De ‘Spuiter van Schoonebeek’ ontstaat, en op aandrijving van de omhoogschietende stoom verspreiden olie en zand zich over het omliggende landschap. Het dorp Schoonebeek wordt bedekt met een plakkerig, milieuverontreinigend, deken van olie. Na meer dan tien pogingen lukt het om de stoom-stroom weer onder controle te krijgen. De inwoners van Schoonebeek zijn nog weken bezig om de derrie uit hun straten te krijgen.

Door: Bram Schröder

Energietransitie leidt tot cultuurtransitie

Sinds de Industriële Revolutie vormen fossiele brandstoffen zowel letterlijk als figuurlijk de brandstof waar onze maatschappij op draait. Onze geglobaliseerde economie, ons persoonlijk vervoer, en de Hollandsche stamppot, allemaal gebouwd, gedraaid, en gekookt op fossiele brandstoffen. Gedurende de 20e-eeuw won men op Nederlands grondgebied enorm veel gas en steenkolen, maar ook het boren naar olie en het raffineren van dit zwarte goud, hadden een grote groei van de economie tot gevolg. 

Binnen nu en afzienbare tijd ontstaat de mogelijkheid om een historische gebeurtenissen als de ‘Spuiter van Schoonebeek’ toe te voegen aan onze collectieve herinneringscultuur. Vooralsnog staat de geschiedschrijving en erfgoed ontwikkeling van de Nederlandse fossiele brandstofwinning in de 20e-eeuw in haar kinderschoenen. Als zij al wordt geschreven en gemaakt, richt ze zich voor het merendeel op de economische ontwikkeling die we aan fossiele brandstoffen te danken hebben. Ook beheren belanghebbende partijen uit de Nederlandse fossiele brandstof industrie voor een groot deel de nog smalle herinneringscultuur. Zij sponsoren musea of en het schrijven van historische werken en zo bepalen zij alsmede het verleden. Hierdoor verkrijgen deze belanghebbenden ook macht over de toekomst.

Echter, daagt de duurzame energietransitie de traditionele fossiele brandstof industrie uit, en tracht zij haar af te breken. Voor in onbruik geraakt industriële infrastructuur kan een herbestemming gevonden worden. In de industriële erfgoed sector opent dit een veld aan kansen, om de bestaande eenzijdige herinneringscultuur uit te breiden en een completere geschiedenis van fossiele brandstof in Nederland te schrijven.

Deze jaknikker is in 2012 met financiële ondersteuning van de NAM geplaatst in het Openluchtmuseum Arnhem. Het object en de bijbehorende tentoonstelling vertellen het moderniseringsverhaal van hoe olie en gas Nederland na de Tweede Wereldoorlog welvaart hebben gebracht. Uit het bijschrift: “Door de exploitatie (van aardgas) stroomt het geld decennialang de Nederlandse schatkist in en worden we een welvarende verzorgingsstaat.” © Gertjan Plets

Duitsland als voorbeeld

In het Duitse Ruhrgebied heeft de industriële erfgoedsector dit veld van kansen al aangeboord. In voorheen reusachtige industriegebied is de laatste decennia bijna alle steenkoolindustrie gesloten. Nu heeft de overgebleven industriële infrastructuur daar nieuwe bestemmingen gekregen. Zo zijn verschillende steenkoolmijnen verbouwd tot landschaftpark (zie kopfoto), culturele ruimtes en musea. Op deze manier stimuleert men met industrieel erfgoed niet alleen het toerisme, maar nodigen de  herbestemmingsplannen ook uit tot het schrijven van de geschiedenis van de fossiele brandstof en het reflecteren daarop.

Uitzicht vanaf een toren onderdeel van een steenkoolmijn die verworden is tot openbaar landschaftspark, Duitsland, Ruhrgebied, 2020, ©Bram Schröder
Voormalig steenkoolindustriegebied Zollverein-park is nu UNSECO Werelderfgoed en huist verschillende cultuurplekken waaronder het Ruhr-museum dat een complete geschiedenis van steenkoolextractie tracht te behandelen. Duitsland, Ruhrgebied, 2020, ©Bram Schröder

Een zo een compleet mogelijke herinneringscultuur

Ook in Nederland kan binnenkort een reusachtige industriële infrastructuur een nieuw bestemmingsplan krijgen. Dit gebeurde al eerder bij bijvoorbeeld de Westergasfabriek en de Shell-toren. Alleen al gezien de enorme impact van fossiele brandstof op (de ontwikkeling van) de Nederlandse maatschappij is het van belang haar een plek te geven in onze herinneringscultuur.  Echter, er kleven ook negatieve kanten aan deze impact van fossiele brandstof zoals de plakkerige olie uit de ‘Spuiter van Schoonebeek’ aantoont. Zowel de winning als verwerking van fossiele brandstof in Nederland heeft grote invloed (gehad) op de omgevingsinrichting, het welzijn van de lokale betrokken bevolking, en het milieu. 

Een geschiedschrijving gericht op zowel de positieve als negatieve aspecten van de Nederlandse fossiele brandstof industrie is dus noodzakelijk. Op deze manier kunnen burgers en beleidsmakers zich beroepen op een zo een volledig mogelijk historisch beeld bij het vormen opinie en beleid over onderwerpen zoals onze energievoorziening. Dit Carbon Cultures project van de Universiteit Utrecht onderzoekt deze geschiedenis van fossiele brandstof in Nederland. Om vervolgens, alsmede mogelijk gemaakt door de duurzame energietransitie, deze herinneringscultuur vast te leggen in de vorm van industrieel erfgoed.


Meer lezen:

Carola Hein, ”Oil Spaces: the Global Petroleumscape in the Rotterdam/the Hague Area” (2018)

F.F.N. van Hulten, ”Brief History of Petroleum Exploration in the Netherlands” (2009)

Sonja Ćopić et al., ”Transformation of Industrial Heritage – an Example of Tourism Industry Development in the Ruhr Area (Germany)” (2014)

Dirk Schaal, ”Museums and Industrial Heritage: History, Functions, Perspectives”, in: Industrial Heritage Sites in Transformation, eds. Harald A. Mieg, Heike Oevermann (2014)

Kopfoto: Spuiter in Schoonebeek, 9 november 1976, © Bert Verhoeff, via Wikimedia Commons

<span>%d</span> bloggers liken dit: