Schoonebeek ligt op één van de grootste aardolievelden van Europa. De grond onder het dorp bevat enorme hoeveelheden olie en rijkdom. Het dorp zelf is Nederlands enige olie-enclave: de lokale basisschool heet “De Oliebron,” op het dorpsplein staat een jaknikker en de Nederlandse Aardolie Maatschappij sponsort een museum over oliewinning. In dit lokale museum over de oliewinning staat een model van een Indonesisch huisje met olie-apparatuur erin. Toen ik de vrijwilligers van het museum naar de herkomst en betekenis van het huisje vroeg, bleven zij mij een antwoord schuldig. Wat doet een verwijzing naar Indonesië in het afgelegen Schoonebeek?

Door: Marin Kuijt

Koloniale verwijzing in lokaal museum over oliewinning te Schoonebeek, Zandstrooiboerderij Schoonebeek, permanente expositie aardolie, ©Marin Kuijt

Olievondst in Schoonebeek

Schoonebeek ligt aan de rand van Nederland en van mijn randstedelijke bewustzijn. Vanaf 1942 heeft de Bataafsche Petroleum Maatschappij (BPM), later de Nederlandse Aardolie Maatschappij, er naar olie geboord met de kennis en kunde die het bedrijf in koloniaal Indonesië had opgedaan. In Schoonebeek blijkt het Nederlandse koloniale verleden uit de oliebronnen op te borrelen.  

Locatie Schoonebeek, ©GoogleMaps

Oliewinning in Nederlands-Indië

In 1890 werd in Nederlands-Indië de Koninklijke Olie opgericht dat even later zou fuseren met Shell. In de kolonie leerde het bedrijf hoe je munt kan slaan uit olie door ernaar te zoeken, te boren, het op te slaan, te vervoeren, te verwerken en het uiteindelijk te verkopen. Hiervoor moesten geologen, managers en boorploegen opgeleid, gezond gehouden en gehuisvest worden – net zoals de dwangarbeiders die het vuile werk opknapten. Boorlocaties liggen vaak in afgelegen gebieden en dus bouwde de Koninklijke, later de BPM, hele dorpen, inclusief gevangenis en ziekenhuis rondom de olieschatten.

Olie werd in de twintigste eeuw een zeer belangrijke, zo niet de belangrijkste, grondstof voor koloniaal Indonesië. De opbrengsten van de olie-export stegen spectaculair: in 1900 werd er vijf miljoen gulden verdiend, in 1914 137 miljoen gulden – dat is 20% van de totale Indonesische export van dat jaar – en in 1920 meer dan 300 miljoen gulden. Het Nederlandse kolonialisme in Azië draait dus niet enkel om de VOC, specerijen, nostalgische familieherinneringen of de dekolonisatie-oorlog, maar ook om olie en de industrie daaromheen die de levens van tienduizenden arbeiders en de bodem onder hun voeten doorkruiste en omwoelde.

Van oliewinning in Nederlands-Indië naar oliewinning in Nederland

Vanaf 1942 begon de Bataafsche Petroleum Maatschappij, toen onder Duits bewind, naar olie te zoeken en te boren in Drenthe. Na de Tweede Wereldoorlog gebeurde dit op grote, commerciële schaal. De technische kennis over de praktische kant van olieboren die de Bataafsche in Indië had opgedaan werd ingezet in Schoonebeek, net zoals de kennis over hoe je een olie-enclave moet inrichten en bestieren. In Indië legde de BPM bij boorlocaties een “soos” aan waar het personeel kon ontspannen, biljarten en bijeenkomen. In Schoonebeek bouwde het bedrijf “de Boô,” een soortgelijk centrum dat enkel toegankelijk was voor het personeel en notabelen uit het dorp. In Indonesië moedigde de Bataafsche sportieve activiteiten sterk aan door het bouwen van zwembaden, tennisbanen en voetbalvelden. De tennisbanen waren er overigens voor het hoge, Europese personeel, de voetbalvelden voor de Aziatische arbeiders. In Schoonebeek bouwde het bedrijf ook een zwembad, tennisbaan en een voetbalveld voor de VV Minjak (Indonesisch voor olie!). Daarnaast legde het bedrijf, net zoals in Indonesië vaak gebeurde, een tramlijn en huizen voor de werknemers aan. Deze planologische, koloniale gebruiken hebben Schoonebeek voor altijd veranderd. 

Koloniale oliegeschiedenis vormt het naoorlogse Nederland

Over de koloniale oorsprong van de oliewinning in Nederland is nog veel onbekend. Maar het is wel duidelijk dat de Nederlandse koloniale geschiedenis een geschiedenis vol olie is en dat deze geschiedenis ook het naoorlogse Nederland heeft gevormd. Waar het Indische huisje precies vandaan komt is mij nog onduidelijk. Waarom het er staat is wél duidelijk: Schoonebeek heeft Indische roots – net zoals heel Nederland.

Olienederzetting op Borneo met een spoorlijn, een Europese en Aziatische arbeider (ca. 1907), ©Rijksmuseum NG-1990-15-A

Verder lezen:

Bataafsche Petroleum Maatschappij (BPM). Leven en werken in de bedrijven der N.V. De Bataafsche Petroleum Maatschappij (Koninklijke/Shell Groep) in Indonesië. [’s-Gravenhage: Koninklijke Shell Groep], 1949.

Forbes, R.J., en Denis R. O’Beirne. The Technical Development of the Royal Dutch/Shell, 1890-1940. Leiden: Brill, 1957.

Horst, Maurits Dirk. Beri-beri en hare bestrijding op de ondernemingen der Bataafsche Petroleum Maatschappij in Nederlandsch Indië benevens eenige beschouwingen over binnenlandsche kolonisatie. Leiden: S.C. van Doesburgh, 1919.

Jonker, Joost, en Jan L. van Zanden. Van nieuwkomer tot marktleider, 1890-1939. 3 vols. Geschiedenis van Koninklijke Shell 1. Amsterdam: Boom, 2007.

Joshua, Norman. ‘Worker’s Paradise?’ Jurnal Sejarah 1, nr. 2 (2018): 1–24.

Lindblad, J. Thomas. ‘The Petroleum Industry in Indonesia before the Second World War’. Bulletin of Indonesian Economic Studies 25, nr. 2 (1 augustus 1989): 53–77. https://doi.org/10.1080/00074918812331335569.Mrázek, Rudolf. Engineers of Happy Land: Technology and Nationalism in a Colony. Princeton Studies in Culture/Power/History. Princeton, N.J.: Princeton University Press, 2002. http://catdir.loc.gov/catdir/samples/prin031/2001036860.html.

Kopfoto: Ja-knikker tussen Schoonebeek en Amsterdamscheveld, Door Oudehampsink – Eigen werk, CC BY-SA 3.0, ©WikimediaCommons

%d bloggers liken dit: